> OORLOGSHERINNERINGEN
Aan de Christelijke lagere school in Dirksland werkte gedurende de oorlogsjaren de heer Triemstra
als onderwijzer. Zijn militaire dienst had hij vervuld als reserve-luitenant. Ook hij werd met de razzia
van december 1944 weggevoerd. Van dit verblijf doet hij zelf verslag in het boekje “Merktekenen
opgericht”. Op 28 juni 1945 organiseerde de Gereformeerde Gemeente van Dirksland een soort
gemeenteavond. Hierop kwamen een aantal leden van de gemeente aan het woord om hun
wederwaardigheden gedurende hun verblijf in Duitsland te vertellen, terwijl dominee Bel de leiding had.
Aan vorengenoemd boekje, dat een verslag bevat van deze avond, ontleenden we een en ander.
Triemstra vertelt wat over de reis en over zijn wonderlijke reddingen. Drie keer ontkwam hij op
bijzondere wijze aan de dood. De eerste keer was hij 30 kilometer verwijderd van het lager waar ze
woonden, terwijl dat zwaar gebombardeerd werd. De tweede keer werd het plaatsje Bielen
gebombardeerd, waarbij drie kameraden werden getroffen, terwijl hij in Wallhausen was. De derde
keer was de oorzaak zijn oponthoud waardoor hij een trein miste. Terwijl hij op de volgende trein
wachtte, werd de trein beschoten waar hij mee zou reizen, waarbij 40 personen werden gedood. Hij
was goed te spreken over een Duitse “Hauptmann” (kapitein). Deze was commandant van zeven
lagers. Door een eerlijke verdeling van het eten, een open oor voor klachten enz., verwierf deze een
zeker aanzien van de Flakkeese jongens. Een Lagerführer daarentegen trachtte de gedeporteerden aan alle kanten te benadelen. Zelfs deelde hij klappen uit. Toen daarover geklaagd werd bij de Hauptmann, werd hij afgezet en werd de heer Triemstra in zijn functie benoemd. Overigens een niet te benijden opgave! Ongetwijfeld zal een rol gespeeld hebben dat Triemstra goed Duits sprak en kennelijk over leidinggevende en organisatorische kwaliteiten beschikte. Na de oorlog spraken verschillende Flakkeeënaars hun waardering uit over het optreden van Triemstra.
Ook veel waardering was er voor de heer W. Neels uit Melissant. Hij kreeg een aanstelling als “Sanitäter” oftewel ziekenverzorger. Naar Duits inzicht, waren de mannen naar Duitsland gebracht om te werken. Je moest dan ook aantoonbaar ziek zijn, om vrijgesteld te worden van werken. Koorts was daarbij bepalend. Geen koorts betekende: werken, wel koorts betekende: ziek. Doktoren waren er nauwelijks, die zaten aan het front. Een zuster kreeg de zorg over drie dorpen, waaronder ook het lager waar de Flakkeeënaars waren onder gebracht. Zij stelde de diagnose en gaf medicijnen. Er mochten maar een zeer beperkt aantal zieken per dag aan het werk worden onttrokken. Door de verminderde weerstand, had ieder wondje een zweerproces tot gevolg. Soms waren er daardoor wel 20 van de 70 mannen ziek!
Op zondagen werd door Neels en Triemstra, die beiden onderwijzer waren, een preek gelezen. Op deze manier, en door hun optreden als schakel tussen de Duitsers en de weggevoerden, waren ze voor velen tot steun in deze moeilijke omstandigheden.
Op genoemde gemeenteavond werd ook nog gesproken door de heer W.Vijfhuizen uit Sommelsdijk. Hij verbleef twee jaar in Duitsland, en wel in het noorden, in de omgeving van Danzig. Op 23 januari 1945 moest hij vluchten, de Russen waren in aantocht! Door een sneeuwlaag van 50 cm. liep hij de hele nacht met achter zich op een slee zijn koffer.
Bij een temperatuur van 22 graden onder nul, over een door sporen slecht begaanbare weg zo’n 70 km. lopen, is geen kleinigheid! Bovendien was er bijna nergens eten meer te verkrijgen. Zelf schrijft hij: Door Zijn Voorzienig bestel kreeg ik hier een betrekking in een hotel (In Neustadt, 36 Km. van Danzig). Na een maand moest hij 7 km. verderop, in een klein dorp, Reda, in een bakkerij gaan werken. Daar kwamen op 4 maart 1945 de Russen. Na vele problemen vluchtte hij. Er was daar geen enkele Hollander waar hij mee kon spreken! Tenslotte werd Vijfhuizen door honger gedwongen om weer bij de Russen aan te kloppen. Op 10 mei 1945 werd hij door de Russen in de gelegenheid gesteld om via Bromberg, naar Holland terug te keren. Met deze korte samenvatting, die natuurlijk slechts een flauw beeld kan geven van hetgeen hij heeft meegemaakt, ontstaat toch wel een indruk van de vele moeiten en zorgvolle omstandigheden waarin men verkeerde.
De heer L. van den Doel vertelde tenslotte een en ander over de wegvoering, het verblijf en de terugkeer naar huis. De avond werd bijgewoond door de waarnemend burgemeester, de heer Ottink en de commissie van bijstand.
R.J.Triemstra.
Met dank aan Dhr. G.S. Both voor het beschikbaar stellen van dit artikel uit zijn boek ' Bezet, Belaagd, Bevrijd'.